Lijsters Turdidae

Teksthistorie
Gemaakt op 9-3-2002, gewijzigd op 24-10-2004


Roodborst Erithacus rubecula ssp

Zeer talrijke broedvogel. Deels standvogel. Doortrekker en wintergast in zeer groot aantal.


Roodborst, Maarheeze ; 11-10-2003 (Rene Weenink)

 


Nachtegaal Luscinia megarhynchos megarhynchos

Tegenwoordig uiterst schaarse broedvogel. Doortrekker in onbekend aantal. Uiterste data: 28 maart en 15 september.

Voorkomen als broedvogel
De Nachtegaal is als broedvogel in de periode 1975-2001 met tenminste 95% afgenomen. In de periode 1973-77 waren er naar schatting 400-600 pr, in 1983-87 naar schatting 300-400 pr, in 1990-95 naar schatting 75-125 pr, in 2000 waarschijnlijk <25 pr en in 2001 vermoedelijk <10 pr (THe).

 


Blauwborst Luscinia svecica cyanecula

Vrij schaarse broedvogel. Doortrekker in vrij klein aantal. Uiterste data: 5 maart en 29 september.


Blauwborst, Ringselvennen 13-4-2007 (Marijn Heuts)

Voorkomen als broedvogel
In de periode 1950-1980 was sprake van een (wellicht forse) afname, van naar schatting 250-500 pr in 1949-52 (schatting THe gebaseerd op Langenhoff 1953), 200-300 pr in 1962-65 (schatting THe gebaseerd op Van Erve et al. 1967) naar 120-180 pr in 1973-81 (Heijnen 1982). In de periode 1980-2001 trad, in tegenstelling tot andere delen van Nederland, geen forse structurele toename op. De stand bedroeg in 1990-95 naar schatting 110-175 pr en in 1996-2000 naar schatting 170-200 pr (THe).

Voorkomen als niet-broedvogel
Ringwerk van Van Aerle (1986) op het Beuven/Strabrechtse Heide tot en met 1985 leverde o.a. het volgende op. Tot en met 1985 werden 697 ex geringd waarvan 15 ex teruggemeld. De laatste waarnemingsdatum in 1957-85 was 29 september. De eerste waarnemingsdatum in 1943-85 was 5 maart, echter met een aanzienlijke variatie per jaar: 

Literatuur
Aerle, M.P. van 1986. Enkele ervaringen met de Blauwborst (Cyanosylvia svecica). Kuluut 5: 15-23.
Langenhoff, V. 1953. Enige broedvogels in Noord-Brabant: Nachtegaal, Blauwborst. Brabantia 2: 111-116.
Heijnen, T. 1982. De Blauwborst als broedvogel in midden en oost Brabant. Roodborsttapuit 1(2): 10-21.

 


Roodsterblauwborst Luscinia svecica svecica

Dwaalgast.

07-07-1968 (A) Beuven /Strabrechtse Heide 1 adult man (ringvangst) MvAa

 


Perzische Roodborst Irania gutturalis

Dwaalgast.


Perzische Roodborst, onv. - Ringselvennen/Budel-Dorplein - 30 augustus 2003 (Rob Bouwman)

30-08-2003 (A) Ringselvennen/Budel-Dorplein 1 onv (ringvangst) WBe, RoBo

 


Zwarte Roodstaart Phoenicurus ochruros gibraltariensis

Vrij talrijke broedvogel. Doortrekker in vrij klein aantal. Wintergast in zeer klein aantal.


Zwarte Roodstaart, Nuenen ; 6-6-2004 (Robert Kastelijn)

Voorkomen als broedvogel
In de periode 1983-87 waren in het agrarisch gebied naar schatting 500-700 pr aanwezig (THe). Voorts broeden in totaal enkele 100-den pr in de steden en dorpen en op industrieterreinen, al zijn hiervan maar enkele kwantitatieve gegevens beschikbaar: 9 pr in Hapert in 1981 (Bakermans 1981), 83 pr in de stad Eindhoven in 1984-90 (Maréchal & Veenhuizen 1997) en 6 pr op industrieterrein Gulberg/Geldrop-Nuenen in 1995 (Poelmans, Beerens & van Dongen 1995).

 


Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus phoenicurus

Vrij talrijke broedvogel. Doortrekker in vrij groot aantal. Uiterste data: 25 maart en 23 oktober.


Gekraagde Roodstaart, Budel-Dorplein ; mei 2005 (Rob Bouwman)


Paapje Saxicola rubetra

Incidentele broedvogel. Doortrekker in vrij groot aantal. Uiterste data: 12 april en 18 oktober.


Paapje, Loozerheide/Budel Dorplein ; 21-4-2008 (Rene Weenink)

Voorkomen als niet-broedvogel
Over het aantal doortrekkers is zeer weinig bekend. Een indicatie van het aantal pleisterende vogels tijdens de voorjaarstrek geeft een redelijk volledige telling tussen 08-05 en 16-05-1982: 57 ex werden geteld op ca 5.400 ha agrarisch gebied wat neerkomt op een gemiddelde dichtheid van 1.1 ex/100 ha (Heijnen 1982). Op 10-09-1978 werden zelfs 66 ex waargenomen op ca 400 ha agrarisch gebied (Peeters 1983).

Literatuur
Heijnen, T. 1982. Over de doortrek van Tapuiten en Paapjes in mei 1982 in de Kempen. Roodborsttapuit 1(3): 32-34.
Peeters, L. 1983. Sterke najaarstrek van Paapjes in de Kempen. Roodborsttapuit 2(1): 58.

 


Roodborsttapuit Saxicola rubicola

Vrij talrijke broedvogel. Doortrekker in vrij groot aantal. Wintergast in zeer klein aantal.


Roodborsttapuit, Loozerheide/Budel Dorplein ; 11-3-2007 (Rob Bouwman)

Voorkomen als broedvogel
In de periode 1975-95 (vooral 1985-90) nam de Roodborsttapuit spectaculair toe op heidevelden en trad gelijkertijd een zeer forse afname op in het agrarisch cultuurland. Sinds ca. halverwege de jaren 90 nam de soort weer toe in agrarisch gebied, met lokaal zelfs een hogere stand dan begin jaren 80. In onderstaande tabel zijn schattingen opgenomen van het aantal pr in de Kempen en het aandeel hiervan dat op heide broedde (bronnen: Heijnen 1986, THe en PWo). 

Periode 1975-79 1982 1983-85 1990-95 1999-00
Geschat aantal pr 285-395 185-220 150-200 150-200 350-450
Aandeel op heide 9-15% 22-30% 41-50% >72% 67-71%

 

Literatuur
Aarts, B. 1992. Roodborsttapuiten in cultuurland. Blauwe Klauwier 18(1): 19.
Braaksma, S. 1962. Enige broedvogels in Noord-Brabant: Roodborsttapuit. Limosa 35: 160-165.
Heijnen, T. 1986. Achteruitgang van de Roodborsttapuit als broedvogel in de Kempen. Roodborsttapuit 5(2/3): 106-114.

 


Tapuit Oenanthe oenanthe ssp

Uiterst schaarse broedvogel. Doortrekker in vrij groot aantal. Uiterste data: 27 maart en 2 november.


Tapuit, Kranenveld/Soerendonk ; 20-4-2006 (Rob Bouwman)

Voorkomen als broedvogel
In de periode 1990-95 waren er naar schatting 40-70 pr waarvan een aanzienlijk deel (max. 30-40 pr in 1988-89) op Groote Heide/Soerendonk. In 2000-2001 waren er nog maar 3-5 pr en kwam de soort alleen nog op de Groote Heide jaarlijks voor. De afname wordt vermoedelijk veroorzaakt door (een combinatie van) twee factoren, nl. (a)  vergrassing van heideterreinen (verdwijnen lage/schrale vegetatie en onbegroeide plekken), en (b) afname aantal konijnenpijpen (lees: nestplaatsen) door het instorten van de Konijnenpopulatie a.g.v. het viraal haemologisch syndroom.

Voorkomen als niet- broedvogel
Over het aantal doortrekkers is weinig bekend. Dat het om forse aantallen pleisterende vogels kan gaan bleek bij een redelijk volledige telling tussen 08-05 en 16-05-1982: 130 ex werden geteld op ca 5.400 ha agrarisch gebied wat neerkomt op een gemiddelde dichtheid van 2.4 ex/100 ha (Heijnen 1982).

Literatuur
Braaksma, S. 1955. Enige broedvogels in Noord-Brabant: Tapuit. Limosa 28: 133-135.
Heijnen, T. 1982. Over de doortrek van Tapuiten en Paapjes in mei 1982 in de Kempen. Roodborsttapuit 1(3): 32-34.
Hermans, H. 1995. Tapuiten op de Groote Heide in 1995. Blauwe Klauwier 21(3): 16-17.

 


Woestijntapuit Oenanthe deserti atrogularis

Dwaalgast.

23-11-1970 (A) TU Montgomerylaan/Eindhoven 1 man FNe

 


Beflijster Turdus torquatus torquatus

Doortrekker in vrij klein aantal.


Beflijster, Strabrechtse Heide ; 14-4-2006 (Rob Bouwman)

De Beflijster trekt vooral in het voorjaar door, van eind maart tot begin mei met een piek in april. De uiterste data zijn 25 maart en 25 mei. Regelmatig worden in het voorjaar groepen gezien (grootste groepen 12 ex van 26-04 t/m 01-05-1997 en 11 ex van 10-04 t/m 23-04-1998, beide Strabrechtse Heide) en verblijven de vogels vaak enkele dagen tot >1 week. 
De aantallen in het najaar zijn klein. De uiterste data zijn 25 september en 23 november. Op de trektelposten worden in het najaar incidenteel overtrekkende Beflijsters waargenomen.

            Seizoensverloop Beflijster tot 2005 (n=189)

Enkele recente maximale dagtotalen:

15-10-2005

Telpost Landschotse Heide

18 ex.

---

16-10-2005

Telpost Strabrechtse Heide

16 ex.

---

17-10-2005

Telpost Landschotse Heide

20 ex.

---

18-10-2005

Telpost Patersgronden

11 ex.

---

25-10-2006

Telpost Strabrechtse Heide

23 ex.

---

19-04-2008

Telpost Loozerheide

17 ex.

---

07-10-2008

Telpost Loozerheide

23 ex.

---

Literatuur
Neijts, F. 1981. Beflijsters. Blauwe Klauwier 7(3).

 


Merel Turdus merula merula

Zeer talrijke broedvogel. Hoofdzakelijk standvogel.


Merel, Gestel/Eindhoven ; 12-4-2007 (Ruud Bouwman)

 


Kramsvogel Turdus pilaris

Onregelmatige broedvogel in uiterst klein aantal. Doortrekker en wintergast in zeer groot aantal.


Kramsvogel, Renheide ; 6-3-2005 (Rene Weenink)

Voorkomen als broedvogel
De eerste zekere broedgevallen werden vastgesteld in 1976, synchroon met de spectaculaire toename in Nederland (vooral Zuid-Limburg) die halverwege de jaren 70 begon. Van een permanente vestiging van broedende Kramsvogels in de Kempen is desondanks geen sprake. In de periode 1975-2001 werden nooit meer dan 3 zekere broedgevallen in één jaar vastgesteld. De volgende (mogelijke) broedgevallen zijn bekend:

1975 Malpiebeemden/Valkenswaard 0-1 pr THe 13-6 pr fouragerend in weiland
1976 De Hutten/Bergeijk 1 pr VWij nest in boomgaard bij boerderij
1976 Oerle 1 pr  -  -
1976 Vlasroot/Veldhoven 1 pr FNe 14-7 pr met nest met 4 jongen in Grove Den; jongen zijn uitgevlogen
1977 Beersbroek/Netersel 1 pr  - gehele zomer waargenomen, na verloop van tijd 4 ex (ws. pr met jongen), 24-8 1 ex
1977 Witven/Veldhoven 0-1 pr  - 1 ex gehele zomer gezien
1978 Grootgoor/Steensel 1 pr  - 1 waarneming van zp; diverse zomerwaarnemingen
1980 Eindhoven Airport 1 pr RBo01  -
1981 ten Z van Leenderstrijp 0-1 pr VRe 11-6 1 zp
1981 Soerendonks Goor 0-1 pr VRe 11-6 1 zp
1982 Lange Gracht/Esbeek 0-1 pr GMo 22-5 1 zp
1987 Ruweeuwsels/Son-Lieshout 1 pr JVe 26-4 pr alarmerend
1987 Visvijvers Bergeijk 1 pr THe, THe95 29-4 pr alarmerend, 7-6 >3 ex (pr met uitgevlogen jongen?)
1987 ZW Budel-Dorplein 1 pr AviMob  -
1988 Groote Heide/Soerendonk 0-1 pr THe91b 30-4 1 pr
1988 Strabrechtse Heide Oost bij Beuven 1 pr  -  -
1988 Visvijvers Bergeijk 1 pr FNe, THe pr met nest in els langs Beekloop; 5-5 5 jongen en 1 ei in nest
1989 Gemeente Westerhoven 1 pr  -  -
1990 Kranenveld/Soerendonk 0-1 pr THe91b 22-4 1 pr (man zingend)
1990 Visvijvers Bergeijk 1 pr THe 29-5 1 ex alarmerend
1991 tussen Putberg en Soerendonk 1 pr RBy92a 5-7 1 pr alarmerend bij >4 uitgevlogen jongen
1994 Gennep/Eindhoven 1 pr  - broedgeval, jongen waargenomen
1995 Hool - Laar/Nederwetten-Gerwen 1 pr WPo95  -
1996 Collse Zegge/Geldrop 1 pr RBo01 adult met voer
1996 nabij Leenderbos 0-1 pr PvdWi 14-6 1 zp
1998 Elshouters Oost/Waalre 1 pr IvnWaa  -
2000 Landschotse Heide 0-1 pr PKe maart t/m half mei voortdurend 1 ex in zelfde gebied aanwezig
2004 Beersbroek 1 ex. - 21-05-2004

 


Zanglijster Turdus philomelos ssp

Talrijke broedvogel. Doortrekker in zeer groot aantal. Wintergast in onbekend aantal.


Zanglijster, Achtse Barrier/Eindhoven ; februari 2005 (Rob Bouwman)

 


Koperwiek Turdus iliacus iliacus

Doortrekker in zeer groot aantal. Wintergast in groot aantal. Uiterste data: 22 september en 11 mei.


Koperwiek, Achtse Barrier/Eindhoven : februari 2005 (Rob Bouwman)

 


Grote Lijster Turdus viscivorus viscivorus

Vrij talrijke broedvogel. Deels standvogel. Doortrekker en wintergast in groot aantal.


Grote Lijster, Budel : 10-1-2009 (Ruud Bouwman)

Voorkomen als broedvogel
In de periode 1983-87 waren in het agrarisch gebied naar schatting 550-700 pr aanwezig (THe).